Bosruiter

De bosruiter (Tringa glareola) is een kleine, elegante steltloper uit de familie van de strandlopers. Het is de kleinste van de ruiters en een typische doortrekker in België en Nederland: je ziet hem vooral in mei en opnieuw van juli tot september in natte, modderige gebieden.

Bosruiter

De bosruiter valt op door zijn donkerbruin gestreepte bovenkant met grote witte stippen, een lange witte wenkbrauwstreep, en geelgroene poten. Zijn roep is een scherp, snel “tjief-ief-ief”, hoger en gelijkmatiger dan die van het witgatje.

Leefgebied

Tijdens de trek zoekt de bosruiter ondiep zoet water, modderige randjes en natte vegetatie op - veedrinkpoelen, drassige weides, kleine plassen. Hij vermijdt zoute gebieden zoals de Wadden of de zoute Delta.

In het broedseizoen leeft hij in drassige hoogvenen en natte moerasbossen in Scandinavië, Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne.

Voedsel

De bosruiter foerageert vooral op:

  • insecten en larven
  • wormen
  • kleine kreeftjes
  • spinnen
  • soms kleine visjes of zelfs kleine kikkertjes

Voortplanting

Het legsel bestaat meestal uit vier eieren, lichtgroen tot roomkleurig met donkere vlekken. Het nest ligt op de grond, vaak goed verborgen in natte vegetatie — anders dan het witgatje, dat oude nesten in bomen gebruikt.

Trekroutes

Bosruiters broeden in het hoge noorden en trekken in de nazomer naar Afrika ten zuiden van de Sahara. Tijdens die trek passeren ze regelmatig België en Nederland.

Status

De soort is wereldwijd niet bedreigd (IUCN). In Nederland is hij als broedvogel uitgestorven sinds de jaren 1930, maar doortrekkers blijven jaarlijks verschijnen.

FR: Chevalier sylvain