De Gaai (Garrulus glandarius) is familie van de kraaien. Ze hebben een onmiskenbaar verenkleed, licht kaneelkleurig-roodbruin, met oprichtbare zwart en wit gestreepte kruinveren, zwarte mondstreep, blauw en zwart gebandeerde vleugeldekveren, witte keel en witte vlek op de vleugels. Ze vliegen 'moeilijk'  en springen in bomen vaak van tak naar tak.

Is een broedvogel van loof- en naaldbossen maar wordt ook regelmatig in onze parken en tuinen gezien. Bij voorkeur waar enkele oude eiken en beuken staan. In de herfst leggen ze een voorraad van wel duizenden noten aan, deze worden telkens gecheckt of ze goed zijn en niet aangetast zijn door wormen. Deze worden dan verstopt. Uiteraard vinden ze niet elke noot terug en die kunnen dan ontkiemen tot een nieuwe, jonge boom. Zo doet de Gaai aan bosbouw.

Ze eten ook insecten en allerlei kleine dieren, eikels, beukennootjes, hazelnoten en bessen. Tijdens het broedseizoen lusten ze ook wel eens eieren of jonge vogels. Ze bezoeken ook wel eens de voederplank, zeker als daar noten zijn.

Het is eerder een schuwe vogel die meestal luid schreeuwend al weg vliegt voor we ze zien. Hun natuurlijke vijand is de Havik.

In de herfst vliegen noordelijk vogels naar zuidelijke gebieden.

FR: Gay des chênes
EN: Eurasian Jay
DE: Eichelhäher