Lepelaars
De Lepelaar (Platalea leucorodia) is een van die vogels die je meteen herkent, zelfs vanop afstand. Die sneeuwwitte verschijning met zijn lange, zwarte snavel in de vorm van een lepel voelt bijna exotisch, en toch is hij steeds vaker te zien in West‑Vlaanderen - van de Zwinvlakte tot de slikken en schorren langs de kust.
Kernkenmerken
- Uiterlijk - Groot, wit, lange poten, en natuurlijk die typische lepelvormige snavel waarmee hij door het water “zeeft”.
- Voedsel - Kleine visjes, garnalen, waterinsecten en larven. Hij vangt ze door zijn snavel heen en weer te bewegen in ondiep water.
- Geluid - Over het algemeen een stille vogel, maar in kolonies hoor je zachte, hees‑raspende roepjes.
Leefgebied en gedrag
De Lepelaar is een echte moeras- en kustvogel. Hij broedt graag in kolonies, vaak samen met reigers of aalscholvers, op rustige eilanden of rietvelden. In onze regio zie je hem vooral tijdens de trek en in de zomermaanden, wanneer hij voedsel zoekt in ondiepe plassen, kreken en slikken.
In het Zwin is de soort een vaste gast geworden. De combinatie van brak water, slikken en rustige broedplekken maakt het gebied ideaal. Ook in Zeebrugge en langs de Schelde duikt hij steeds vaker op.
Trekvogel met succesverhaal
De Lepelaar is een trekvogel die overwintert in Zuid‑Europa en West‑Afrika. De populatie in West‑Europa is de laatste decennia sterk gegroeid dankzij betere bescherming van broedgebieden en herstel van wetlands. Het is een van de mooiere voorbeelden van hoe natuurherstel écht werkt.
Waarom hij zo bijzonder is
- Hij combineert een bijna tropisch uiterlijk met een verrassend rustige elegantie.
- Zijn foerageergedrag - dat ritmische “zwaaien” met de snavel - is fascinerend om te zien.
- Hij is een indicator voor gezonde wetlands: waar Lepelaars zijn, is het ecosysteem meestal in goede staat.
FR: Spatule blanche