Merel

Zwarte zanger van tuin en park

De merel (Turdus merula) is een van de meest herkenbare vogels in onze tuinen en parken. Het mannetje valt meteen op met zijn diepzwarte verenkleed, smalle gele oogrand en feloranje snavel, terwijl het vrouwtje een warmer bruin kleed draagt met een subtiel gevlekte borst. Maar het is vooral zijn zang die hem zo geliefd maakt: een warme, fluitende melodie die vaak vanaf een dakrand of hoge tak over de buurt rolt. Zowel in onze tuin als in onze voortuin leven er merels, die in de voortuin gebruikt de fietsberging al slaapplaats.

Waar leeft de merel?

  • In tuinen, parken, bosranden en zelfs stadscentra
  • Bouwt zijn nest laag bij de grond: in struiken, klimop of hagen
  • Voelt zich thuis in elke groene hoek, zolang er maar schuilplekken zijn

Wat eet hij?

  • Regenwormen, slakken en insecten
  • In de herfst en winter ook bessen en gevallen fruit
  • In tuinen zoekt hij graag tussen bladeren naar voedsel

Waarom zingt de merel zo mooi?

De zang dient om territorium af te bakenen en partners te lokken. Vooral in de vroege ochtend en bij valavond hoor je zijn heldere strofen. Elke merel heeft zijn eigen variaties — alsof elke vogel zijn persoonlijke lied componeert.

Wist je dat…

  • Merels meerdere legsels per jaar kunnen hebben
  • Jonge merels vaak op de grond zitten terwijl ze nog leren vliegen — laat ze gerust, de ouders zijn meestal in de buurt
  • De soort zich sterk heeft aangepast aan het leven dicht bij mensen

FR: Merle noir