Merels

Ik heb niet echt een voorkeur als het om vogels gaat, ze zijn allen mooi en boeiend maar een Merel in m'n tuin maakt m'n dag steeds goed.

De Merel (Turdus merula) is eigenlijk een bosvogel maar heeft decennia lang al onze tuinen, ja zelfs stadstuinen ontdekt. Ze hebben wat dicht struikgewas en open graslandjes nodig en wat hoge bomen, een bosrand dus. Het dak-met-schoorsteen van onze huizen nemen ze er graag bij. Man is zwart met hele snavel en gele oogring, vrouw is bruinig. Jonge vogels zijn bruinig gevlekt, een jonge man heeft nog een zwarte snavel tot na de winter.

Ze lusten zeer graag regenwormen die ze op het gehoor weten te vinden. Ze houden daarbij hun kop wat scheef in de richting van het schurend geluid die de worm al kruipend net onder de grond maakt. Een regenworm heeft 'borstels' om zich te bewegen in de grond. Eenmaal de prooi bereikbaar slaan ze toe om die uit de grond te trekken en op te eten. Ze lusten ook andere ongewervelden natuurlijk. Bessen en afgevallen fruit staan ook op hun menu. In de winter scharrelen ze graag tussen de afgevallen bladeren waar ook heel wat lekkers is te vinden, dus de tuin niet te 'proper' maken.

's Morgens en 's avonds hebben ze hun contact momentje, zo rond zonsopgang en zonsondergang, dan laten ze horen aan elkaar wie waar zit en daar best ook blijft. In de winter is dit enkel wat pli-pli-pli-pli-pli. Vanaf het voorjaar kan je genieten van hun warme melodieuze zang, hoog in de top van een boom of op het dak.

Nestelen doen ze in dicht struikgewas waar ze een stevig nest bouwen en tot 4 á 5 jongen proberen groot te krijgen en dat soms enkele keren na elkaar. Nog voor ze kunnen vliegen verlaten de jongen het nest maar houden wel contact met hun ouders om gevoederd te worden, ook weer met een typisch roepje.

Merels hebben een uitgebreide communicatiegeluiden onder elkaar en het is leuk om daar toch een aantal van te herkennen. Blij met m'n tuinbewoners.

FR: Merle noir

Foto is van Kurt Vandamme, grote natuurliefhebber en collega gids.