Op de rand van slik en schor vind je een dik, groen tapijt van wieren, het nopjeswier of Vaucheria sp.

Determineren van deze soort in het veld is niet mogelijk, enkel onder de microscoop kan dit. Ze  behoren tot de geelgroene wieren en diatomeeën of Chrysophyta. Ze vormen een dik, groen viltig tapijt op het slik. Van dichterbij zie je dat het nopjes vormt, vandaar de benaming.

Er komen twee soorten naaktslakjes voor, het Schorrenslakje (Limapontia depressa) en Kwelderslakje (Alderia modesta) typisch voor een intergetijdengebied. Heel merkwaardig is dat de slakjes bladgroenkorrels uit het wier kunnen halen en opslaan in hun lichaam. Ze kunnen dus aan fotosynthese doen en dus hun eigen voedsel maken, daarvoor heb je wel zonlicht nodig, ze dragen als het ware, met die bladgroenkorrels, hun eigen zonnepaneeltjes bij zich.