Vogels moeten af en toe hun veren ruien, vernieuwen dus.

Veel vogels ruien na het broedseizoen of net voor de trekperiode zodat hun verenkleed weer in topvorm is. Er is een rui van jong kleed naar een adult kleed voor veel zangvogels. Sommige grotere soorten doen er enkele jaren over om te ruien van een jonge vogel naar een adult dier, die verschillende stadia zijn zijn ook weer typisch voor die soort en ook herkenbaar. Bij meeuwen en roofvogels is dit op te merken.

Eendachtigen ruien na het broedseizoen ook alle vliegpennen, ze kunnen dan even niet vliegen. Eenden hebben in die periode ook een eclips kleed, de mannetjes hebben dan even een minder opvallend kleed.

Sommige vogels ruien ook in hun wintergebied. De slijtage van de veren kan er ook voor zorgen dat de vogel een ander kleur krijgt, zo gaan ze over van een winterkleed naar een zomerkleed zonder te ruien. Of ze ruien voor een opvallend zomerkleed in het vroege voorjaar en na het broedseizoen naar een minder opvallend winterkleed.

Roofvogels spreiden de rui over langere periodes zodat ze steeds in topvorm zijn om te jagen.

Afhankelijk van de soort zijn er dus veel verschillende ruiwijzen.