Om de twee weken is het springtij of springvloed aan onze kust dus ook in het Zwin.

Het is springtij als aarde, maan en zon in één lijn staan, dus met volle en nieuwe maan. Dit treedt dus om de twee weken op en telkens twee etmalen na die maanstand. Je krijgt dan een extra hoge waterstand. Bij ons in het Zwin speelt de wind ook een grote rol, hevige wind uit N, NW kan die waterstand nog extra verhogen. Storm uit die windrichting is voor onze kust trouwens een precaire situatie.

Het getij onstaat door de zwaartekracht en de beweging van de maan tov de aarde. Die kracht bepaalt dus de beweging van grote watermassa's op onze planeet, zo krijg je een voortdurende wisseling van vloed (hoogtij) en en (laag tij).

De watersnoodramp in de nacht van zaterdag op zondag 1 februari 1953 was dus tijdens een springtij en hevige storm uit NW. De delta van de Schelde werd toen zeer zwaar getroffen, vele dijken begaven het door de druk van het water, 1836 mensen kwamen om die nacht in Nederland, in België 28. Om de delta in de toekomst beter te beschermen starten toen de Deltawerken op.

De foto is van Nathalie Resteau, ornitholoog en natuurgids.