Een bijzonder jaarlijks fenomeen is de migratie van vogels, in het voorjaar van Zuid naar Noord. In het najaar omgekeerd.

Voor hun voortplanting gaan vogels op trek, ze komen naar het Noorden omdat het daglicht hier langer duurt dan de nacht en er genoeg voedsel aanwezig is, niet alleen voor zichzelf maar ook voor hun nageslacht.

Vanaf de winterdag worden de dagen langer, voor toch een aantal vogelsoorten een trigger om te beginnen denken aan de voortplanting. Vanaf de lentedag komen de typische zomergasten af. Eens de nachttemperatuur gemiddeld rond 9 graden is, zijn de meeste op hun broedgebieden. Uiteraard is ook het voedsel voor veel van die vogels afhankelijk van die seizoensverandering.

Die ideale omstandigheden zijn er niet in de winter, vandaar dat vogels zich in het najaar verplaatsen naar het zuiden om dan in het voorjaar terug te keren naar het Noorden. Tijdens ideale weersomstandigheden is die trek soms duidelijk te merken want miljoenen vogels profiteren dan om zich te verplaatsen. Zeker in het voorjaar spreken we dan wel eens van stuwtrek. De drang naar voortplanting op de ideale plaats is dan zeer groot.