De lente staat voor de deur dus heel wat vogels bereiden zich voor op de voortplanting. Zangvogels gaan zingen om het broedgebied te bevestigen en om een partner te imponeren en zo voor nageslacht te zorgen.

De Zanglijster (Turdus philomelos) herkenbaar aan z'n bruine bovendelen, bleke onderdelen met ronde donkere vlekjes. Wat kleiner en ook schuchtiger dan de Merel.

Zingen doen ze als de beste waarbij elk onderdeel drie tot vier keer wordt herhaald. Bij voorkeur vanop een hoge open plaats, 's morgens vroeg en 's avonds, overdag zijn ze wat stiller. Het lied is zeer gevarieerd, helder en uitbundig. Ze worden daarom ook wel de nachtegaal van de lage landen genoemd.

Ze foerageren op de grond en zijn verlekkerd op slakken, die ontdoen ze van hun huisje door ze stuk te slaan op een steen, de smidse.

Het nest bouwen ze goed verstopt in dicht struikgewas, de eieren zijn lichtblauw met op de bolle zijde donkere vlekjes.

Het zijn voornamelijk standvogels, in de herfst zien we wel trek van Noord naar Zuid en tijdens een strenge vorstperiode vluchten ze ook weg van de koude.

FR: Grive musicienne
EN: Song Trush
DE: Singdrossel