In de winter kan je met wat geluk drie soorten zwanen zien in onze polders.

De meest algemene en ook gekende is de Knobbelzwaan (Cygnus olor), een grote forse zwaan met oranje snavel en een dikke zwarte knobbel er op. Hun nek heeft een gelige tint, je ziet ze het hele jaar door, ook in parken en stadskanalen.

De twee andere zijn wat zeldzamer en zie je enkel in de winter. De Kleine zwaan (Cygnus columbianus bewickii) komt van de Russische toendra en komt hier overwinteren, het geel op de zwarte snavel komt niet voorbij het neusgat. De Wilde zwaan (Cygnus cynus) lijkt goed op de vorige maar het geel op snavel komt tot voorbij het neusgat, ze zijn ook wat groter. Ze komen ook van het hoge Noorden hier overwinteren.

Soms zie je ook de Zwarte zwaan, dit is een exoot afkomstig uit Oceanië en door ons toedoen aanwezig in onze natuur.