Zwarte ruiter

Zwarte ruiter
Zwarte ruiter - achterhaven zeebrugge - eigen foto '26

De Zwarte ruiter (Tringa erythropus) is een elegante steltloper die tijdens de trekperioden geregeld in Vlaanderen en Nederland kan worden waargenomen. Vooral in zijn opvallende zomerkleed is het een indrukwekkende verschijning: vrijwel volledig zwart met fijne witte spikkels op de rug. Hierdoor is hij een van de meest opvallende ruitersoorten van Europa.

Met een lengte van ongeveer 30 tot 32 centimeter heeft de zwarte ruiter lange roodachtige poten en een slanke, donkere snavel met een rode basis. In de winter verandert zijn uiterlijk sterk. Dan is hij overwegend grijs en wit gekleurd, waardoor hij gemakkelijk verward kan worden met de tureluur. Toch verraden zijn langere poten, slankere bouw en karakteristieke roep vaak zijn identiteit.

De soort broedt in de uitgestrekte moeras- en toendragebieden van Noord-Scandinavië en Rusland. Na het broedseizoen trekt de zwarte ruiter naar zuidelijkere gebieden in Europa, Afrika en Azië om er te overwinteren. Tijdens deze trek maakt hij gebruik van slikken, schorren, overstroomde graslanden en ondiepe plassen als rust- en voedselgebieden.

Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit insecten, larven, wormen, kleine kreeftachtigen, weekdieren en soms kleine visjes. Al wadend door ondiep water zoekt hij actief naar prooien met zijn gevoelige snavel. Opvallend is dat de zwarte ruiter meer zwemt dan veel andere ruitersoorten.

Voor vogelwaarnemers vormt de zwarte ruiter een geliefde soort. Vooral in het voorjaar, wanneer de vogels hun spectaculaire zwarte broedkleed dragen, zorgen ze voor bijzondere observaties. Hun heldere, fluitende roep "tsjoe-iet" klinkt vaak boven slikvlakten en ondiepe wetlands.

Kortom: de zwarte ruiter is een sierlijke doortrekker die met zijn fraaie verenkleed, lange trektochten en voorkeur voor waterrijke natuurgebieden een bijzondere plaats inneemt onder de Europese steltlopers.

FR: Chevalier arlequin