In het Zwin en wijdse omgeving zijn heel wat roofvogels te zien, soms als broedvogels, soms op doorreis of als gast.

Het is steeds indrukwekkend om stootvogels te zien jagen, ze hebben elk zowat hun eigen techniek afhankelijk van de prooi waar ze op jagen. Stil hangen tegen de wind doet de Torenvalk (foto) op zoek naar muizen. Een snelle duikvlucht gebruikt de Slechtvalk om een vogel te vangen of buitelende vluchten van de Boomvalk om libellen te verschalken. Buizerd is meestal op zoek naar minder snelle prooi of buit, soms vanop een paaltje.

Sperwer en Havik zijn geduchte jagers van het bos en vliegen als geen andere vogels tussen bomen en struiken.

Kiekendieven, we zien hier 's zomers de Bruine en in de winter de Blauwe en op doortrek de Grauwe. Jagers van open veld, ze dwarrelen als het ware over het terrein om hun prooi te verrassen.

Rode en Zwarte wouw zien we meestal op doortrek, hun gevorkte staart is onmiskenbaar.

Visarend zien we ook op doortrek, zowel in het voorjaar als in de late zomer dan kunnen ze soms een maand in de buurt blijven.

In de herfst en winter heb je ook kans op een ontmoeting met een Zeearend, deze 'vliegende deur' is bij ons de grootste roofvogel. Je hebt in die periode ook kans om onze kleinste roofvogel te zien het Smelleken, een zeer snelle jager op kleine vogels.