De slikken en schorren van het Zwin
Plantengroei in een getijdengebied aan de Vlaamse kust
Inleiding
Het Zwin, gelegen op de grens van België en Nederland bij Knokke-Heist, is een van de laatste natuurlijke getijdengebieden aan de Vlaamse kust. Het landschap wordt gekenmerkt door een afwisseling van slikken en schorren, twee zones die ontstaan door de dagelijkse eb- en vloedbeweging van de zee. Beide zones herbergen sterk verschillende levensgemeenschappen, aangepast aan zout water en periodieke overstroming. Natuurlijk speelt de rol van zoet water ook mee, veel planten ontkiemen door de regen.
Slikken en schorren vind men voornamelijk aan de monding van waterlopen, door het schurend effect van het water op de bedding onstaat uiteindelijk het fijnste materiaal, kleipoeder. Deze deeltjes komen in het kustwater terecht, bezinken bij vloed op het overstroomde land en vormen zo de delta van de uitstromende waterloop.
De slikken
Slikken zijn de laagst gelegen delen van het getijdengebied. Ze bestaan uit modder- en zandvlakten die bij elke vloed onder water verdwijnen en bij eb weer droogvallen. Door deze voortdurende afwisseling en de hoge dynamiek (stroming, golfslag, verzilting) kunnen hogere planten zich hier nauwelijks vestigen.
Wat wél voorkomt:
- Kiezelwieren en wieren vormen een dun, glimmend biofilmlaagje op het modder/slib.
- Kiemplanten van pioniersoorten, zoals jonge Zeekraal en Klein schorrekruid, proberen hier voet aan de grond te krijgen, maar overleven vaak niet door de constante overspoeling. Engels slijkgras is een eerste indicatie dat het slik een bepaalde hoogte heeft bereikt waarbij ook andere pionierplanten zich beginnen te vestigen.
- De slikken zijn wel uitermate belangrijk als voedselbron: wormen, schelpdieren en algen trekken grote aantallen steltlopers en andere vogels aan.
De schorren
Schorren liggen hoger in het getijdenprofiel en lopen alleen onder bij springtij of stormvloed. Doordat de bodem hier langer droog staat, kunnen planten zich beter vestigen. Naarmate men van de laagste naar de hoogste schorre gaat, neemt de overstromingsfrequentie af en verandert de plantengroei geleidelijk - men spreekt van zonering.
1. Pionierszone (laagste schorre)
- Langarige zeekraal (Salicornia): een vlezige, zoutminnende plant die als eerste kale slikbodem koloniseert.
- Engels slijkgras (Spartina anglica): vormt dichte polletjes en houdt slib vast, waardoor de bodem geleidelijk ophoogt.
2. Lage schorre
- Zeeaster (Aster tripolium): herkenbaar aan de paarse, madeliefjesachtige bloemen.
- Lamsoor (Limonium vulgare): zorgt in juli-augustus voor de beroemde paarse bloeitapijten waar het Zwin om bekend staat.
- Gewoon kweldergras (Puccinellia maritima): een grasachtige soort die goed bestand is tegen zout.
- Gerande schijnspurrie
- Gewone zoutmelde (Obione)
- Gesteelde zoutmelde
- Zeeweegbree
3. Hoge schorre (Overstroming gebeurt hier nog maar enkele keren per jaar)
- Zulte/Zeeaster en Melkkruid (Glaux maritima) komen hier voor, samen met Schorrenzoutgras.
- Kwelderzegge
- Fraai duizendguldenkruid
- Rode ogenstroost
4. Overgangszone naar duin/dijk
- Zeealsem (Artemisia maritima): een grijsgroene, aromatische plant.
- Strandkweek (Elymus athericus): een hoge, competitieve grassoort die de overgang vormt naar niet-overstroomde vegetatie.
- Zilverschoon
- Zilt torkruid
5. Vloedmerkzone op lage duinen in de schorre en dijken
Deze zone is afhankelijk van de extreem hoge vloeden tijdens stormen, door compostering van het aangespoelde vegetatief materiaal krijge je een specifieke begroeing. Strandbiet, Strandmelde, Spiesbladmelde en Strandkamile vind je er terug.
Waarom deze zonering ontstaat
De verspreiding van planten in het Zwin hangt vooral af van:
- Overstromingsfrequentie: hoe lager, hoe vaker onder water.
- Zoutgehalte van de bodem: hoe vaker overstroming, hoe zouter en natter de bodem blijft.
- Zuurstofvoorziening in de wortelzone: slikken en lage schorren hebben vaak zuurstofarme, anaerobe bodems.
Planten zoals zeekraal hebben speciale aanpassingen (zoutklieren, vlezige bladeren om zout water op te slaan) om deze extreme omstandigheden te overleven, terwijl planten van de hoge schorre zulke aanpassingen minder nodig hebben.
Ecologisch belang
De slikken-schorren-overgang van het Zwin is uniek in Vlaanderen en vormt een broed-, rust- en foerageergebied voor talrijke vogelsoorten. De geleidelijke overgang van kale slik naar dichtbegroeide schorre zorgt bovendien voor natuurlijke kustbescherming: de vegetatie dempt golfslag en houdt sediment vast.